Hoe gaan we dat doen?

 

· De JS als netwerk. Wij hebben het geluk van een ledenbestand met enorm veel talent en potentieel. Dat talent wordt niet altijd benut. Het landelijk bestuur moet aan de slag met het koppelen van leden met gelijke interesses, zodat je in ieder geval nooit alleen bent bij de vereniging. De ontstane horizontale netwerken houden leden actief en zorgen dat de JS veel meer is dan een politieke jongerenorganisatie, maar ook een tweede familie.

 

· Diversere activiteiten. Door het versterken van de netwerkcapaciteit van de JS kunnen we ook zorgen voor diversere en leukere activiteiten. Een activiteit is tegenwoordig vaak passief: een spreker voor een zaal met JS’ers. Van zulke activiteiten kunnen we natuurlijk veel leren, maar ze zijn niet voor iedereen optimaal. Als we voor onze activiteiten actief leden betrekken die graag hun talent en passie willen delen met de vereniging, bieden we zowel ons een ongeëvenaard perspectief op de wereld, als voor hen een nieuwe mogelijkheid om hun interesses en vaardigheden te ontwikkelen.

 

· Heldere standpunten door een nieuwe congreswerkwijze. Op congressen zullen resoluties behandeld worden die opgesteld worden door werkgroepen bestaande uit leden en landelijke bestuursleden. Deze resoluties zullen bestaande standpunten verzamelen, eventuele tegenstellingen wegwerken, en toespitsen op de toekomst. Vervolgens zullen de resoluties geamendeerd worden op het congres, waarna ze aangenomen kunnen worden als de nieuwe standpunten van de JS. Op deze manier worden onze standpunten zorgvuldig met elkaar afgestemd en is het makkelijker om ze bij te werken voor de toekomst.

 

· Effectief ondersteunen van afdelingen. Afdelingen vormen de kern van de vereniging. Afdelingen weten als beste wat er speelt in hun regio en moeten dus zoveel mogelijk vrij zijn om daarop actie te ondernemen. Hierin moeten ze effectief ondersteund worden door het landelijk bestuur. Daarvoor moeten we realistisch zijn over het kennen en kunnen van landelijke en afdelingsbesturen. Het landelijk bestuur moet zijn verantwoordelijkheid nemen in het mobiliseren voor en promoten van acties en activiteiten in de afdelingen.

 

· Transparantie in het presidium. Voor veel JS’ers is het niet helemaal duidelijk wat de taken en bevoegdheden zijn van het presidium. Dat kunnen we oplossen door het presidium te verzoeken ook een verantwoording af te leggen zoals besturen dat doen. Dit neemt niet veel tijd in maar helpt wel met de toegankelijkheid van het presidium voor de leden.

 

· Meer landelijke activiteiten. In het verleden heeft het landelijk bestuur van de JS onder andere politiek cafés en trainingen georganiseerd. Deze activiteiten waren vaak heel succesvol. Als we dit opnieuw oppakken kunnen we hiermee kleinere of minder actieve afdelingen steunen door, afgestemd met het afdelingsbestuur, een activiteit op te zetten waar deze afdelingen minder capaciteit voor hebben.

 

· Nieuw leven in de Scholentour. In de Scholentour gingen JS’ers, gecoördineerd door het landelijk bestuur, langs op scholen om voorlichting te geven over hoe je als jongere politiek actief kunt worden. Veel JS’ers hebben speciale trainingen gevolgd om hieraan mee te doen. In de afgelopen tijd heeft de Scholentour echter op een lager pitje gestaan. We moeten nieuwe energie steken in de Scholentour en die mogelijk zelfs uitbreiden naar voorlichting over democratie in het algemeen, in samenwerking met andere politieke jongerenorganisaties en ProDemos.

 

· Samenwerken met bondgenoten. Samen staan we veel sterker, en daarom moeten we effectief samenwerken met andere maatschappelijke organisaties die dezelfde doelen nastreven als wij. Denk daarbij niet alleen aan andere politieke jongerenorganisaties en de vakbond, maar ook aan organisaties zoals Amnesty, Vluchtelingenwerk, Defence for Children, etc. Samen kunnen we veel meer gewicht geven aan acties voor een betere toekomst.